‘Mijn Emily lijkt een beetje op mij’

Na het succes van De herinnerde soldaat komt Anjet Daanje opnieuw met een vuistdikke klassieke roman. In Het lied van ooievaar en dromedaris leeft ze zich uit op haar fascinatie voor Emily Brontë, en stelt ze grote thema’s aan de orde. 

Alles aan de vriendelijke, wat verlegen vijftiger is sober. Anjet Daanje ontvangt interviewers niet in haar bescheiden, met boeken gevulde, woning in Groningen, maar even verderop bij Passage. Bij deze kleine uitgeverij vond ze een thuis toen de grote uitgeefhuizen haar boeken niet meer wilden brengen. Het carillon van de Martinitoren begeleidt ons gesprek, voorbijgangers bekijken nieuwsgierig de boeken in de etalage. 

Zo kleinschalig en onopvallend als Daanje haar leven leeft, zo weids is het universum van haar verbeeldingskracht. Daarin herkent ze zich in de negentiende-eeuwse Engelse schrijfster Emily Brontë, het onderwerp van Daanjes nieuwe roman Het lied van ooievaar en dromedaris. Het is een klassiek boek geworden, in omvang, stijl en opbouw. ‘En de eerste gebonden editie van mijn romans ooit.’ Niet zonder trots legt ze haar hand op de stapel die tussen ons in op tafel ligt. Van De herinnerde soldaat uit 2019, toch al haar negende roman, waren nog maar honderd exemplaren verkocht toen het op de longlist van de Librisprijs terechtkwam en door een NRC-recent werd ontdekt, die het prompt met vijf sterren waardeerde. Inmiddels is het 20.000ste exemplaar de deur uit.

Je krijgt liever geen vragen over je persoonlijk leven. Zegt dat ook iets over je visie op literatuur, dat je de persoon van de auteur niet hoeft te kennen om een boek te waarderen? 

‘Dat is inderdaad wel zo. Het mooie aan een boek is dat je spreekt tot de lezer, die kan zich in het boek verdiepen als hij jou wil leren kennen. Als hij alles over mijn leven weet, hoe ik achter mijn bureau zit en wat ik van allerlei kwesties vind, dan gaat hij dat ook in het boek zien en kom ik eigenlijk tussen de lezer en het boek in te zitten. Dat is niet de bedoeling, ze moeten zelf iets maken van wat ik geschreven heb, het moet iets van henzelf worden.’ 

Het interessante is dan wel dat je zelf een boek baseert op het leven van een auteur.

‘Ik geef toe dat ik er een beetje een dubbele moraal op nahoud hierin. Het scheelt dat de Brontës al lang dood zijn, als ze nog geleefd hadden zou ik het niet gedaan hebben. Zo praat ik het voor mezelf goed. Er zitten in dit boek veel dingen die Emily Brontë leuk gevonden zou hebben, maar ook aan mijn vader en moeder heb ik gedacht. Mijn vader was bioloog, het slotverhaal, waarin kwantummechanica een rol speelt, zou hij erg gewaardeerd hebben.’ 

Hoe kwam je erbij een boek te baseren op Emily Brontë? 

‘Toen mijn ouders stierven, een paar jaar geleden, vrij kort na elkaar, verlangde ik terug naar mijn jeugd. In die jaren had ik Jane Eyre van Charlotte Brontë en Wuthering Heights van Emily gelezen. Ik begon ze opnieuw te lezen. Toen ik Wuthering Heights op mijn achttiende las, vond ik het een romantisch boek. Nu dacht ik: wat een raar boek is dit. Waar gaat het eigenlijk over? Zo kwam ik op het idee een moderne versie van Wuthering Heights te schrijven. Terwijl ik aan De herinnerde soldaat werkte, las ik alles wat ik over de Brontës te pakken kon krijgen. Het frappante aan Emily is dat er heel weinig over haar bekend is. Dat is zo intrigerend. Aan de eettafel van de plattelandspastorie van haar vader zat ze dat bizarre verhaal te bedenken. Wie over háár schreef moest zelf veel invullen, daardoor zijn er veel versies van haar leven ontstaan.’ 

In je boek vertel je elf verhalen, die allemaal ergens een verband houden met Eliza May Drayden, het fictieve personage dat gebaseerd is op Emily, maar in het begin van het boek al dood is. Waarom heb je daarvoor gekozen? 

‘Eigenlijk zijn het elf varianten op het leven van de Brontës, met verschillende personages. Elk verhaal schuift iets verder door in de tijd. De personages proberen allemaal iets te maken van hun leven, waarbij sommigen houvast vinden in het geloof, en later ook in de wetenschap. Waar Wuthering Heights twee vertelperspectieven kent, het verhaal wordt twee keer achter elkaar verteld, heb ik er elf uitgewerkt. Tijdens het schrijven had ik het idee dat ik elf verschillende boeken bedacht. Je wordt als lezer uitgenodigd om aan de hand van al die verhalen het overkoepelende verhaal, het leven van Eliza May Drayden, te reconstrueren. Ik heb anderhalf jaar aan dit boek gewerkt. Om te voorkomen dat ik personages door elkaar zou halen, had ik een alfabetische lijst opgesteld. Totaal komen er 250 personages in het boek voor.’ 

Tijdens het lezen blijkt dat geen probleem, het leest erg gemakkelijk. Waar komt die raadselachtige titel vandaan, Het lied van ooievaar en dromedaris?

‘De ooievaar is ontleend aan een oud Deens verhaal. Iemand tekent allerlei figuren in het zand, en pas als hij er van bovenaf op neerkijkt blijkt het een ooievaar voor te stellen. Je doet vaak maar wat in het leven, en je hoopt dat het onderdeel uitmaakt van iets groters, iets dat zin heeft. De dromedaris staat voor een drogredenering, mensen houden vaak met alle geweld vast aan iets wat ze nu eenmaal bedacht hebben. De titel van het boek is een eigenlijk metafoor voor het leven zelf. Mensen willen graag dat hun leven zin heeft. Dat is moeilijk als je om je heen kijkt en alleen maar chaos ziet. Daar kun je niet mee leven, je moet een soort houvast vinden, daar gaan die verhalen over. Sommigen vinden het in religie, anderen in complottheorieën, zoals Emery in het tiende hoofdstuk. Het opschrijfboekje van Eliza May Drayden is een half miljoen waard, maar het is verdwenen, uit Emery’s gesloten kluis. Om daarmee te kunnen leven, bedenkt Emery een theorie, zo krijgt hij houvast in een onbegrijpelijke wereld. Ik had het al bedacht voor de coronacrisis, maar dat denken hing al in de lucht.’

De dood lijkt het centrale thema in het boek. Je schrijft het soms zelfs met een hoofdletter. 

‘Dat was gebruikelijk in de negentiende eeuw, men schreef wel meer begrippen met een hoofdletter. Daardoor wordt het iets algemeens, iets hanteerbaars, een personage zelfs. In het leven van de Brontës was de dood dominant aanwezig. Hun moeder en twee oudere zussen waren jong gestorven. Het kerkhof was min of meer hun achtertuin. Emily geloofde in God, en in het bestaan van een hemel. Ze probeerde zich voor te stellen hoe dat dan zou zijn. Soms raakte ze in een soort trance, als de wind om de pastorie waaide en ze naar sterrenhemel keek, had ze het gevoel contact met het hiernamaals te hebben.’

Heb jij dat ook in je boek geprobeerd, ontdekken of er leven is na de dood? 

‘Ik was vooral benieuwd hoe je de dood zou kunnen zien, in alle aspecten die je daar rondom zou kunnen bedenken. De personages worstelen daarmee. Die vraag leefde bij mij sterk na het overlijden van mijn ouders.’

Je zegt ergens dat de Brontës feministisch waren. Kun je dat toelichten?

‘Dat ze als vrouwen boeken schreven en publiceerden was al heel wat. Het waren ook heel eigenzinnige boeken. In Jane Eyre wordt de gedachtewereld van een vrouw expliciet beschreven. Dat vinden wij heel gewoon, maar in die tijd liet een vrouw vooral niet weten wat ze ergens van vond. Als ze verliefd was op een man, moest ze dat voor zich houden en wachten tot ze gevraagd zou worden. In de boeken van de Brontës zijn de handelende personen sowieso bijna altijd vrouwen. Ongehoord voor het Engeland van toen.’

Heb jij in dit boek bewust met het begrip tijd gespeeld, ook in de grote lijn? 

‘Jazeker, het zit in de structuur van het boek dat dingen zich herhalen, en dat mensen na de dood voortleven in de fantasie en de herinnering van anderen. Emily, eh, ik bedoel Eliza May Drayden, wordt begraven met een tikkend horloge bij zich in de kist. Een Amerikaanse schrijfster vertelt over een klokkenmaker. In het laatste hoofdstuk gaat het ook over een klokkenmaker die natuurkunde gaat studeren en in aanraking komt met de kwantummechanica. Een hoofdstuk daarvoor zegt de vrouw van Emery Niles dat de zon, die op de wereld neerkijkt, allerlei verbanden tussen de dingen ziet, er is orde in de chaos volgens haar. Waarop Emery zegt dat als je terugkijkt in de tijd, je altijd gebeurtenissen kunt uitzoeken die je goed uitkomen en in je theorie passen, de rest gooi je weg en negeer je. Dan zie je inderdaad allemaal verbanden. Maar als je andere dingen zou uitkiezen, zie je misschien niks, of een heel ander verband. Dus ja, wie zegt hoe het zit? Ik heb in dit boek geprobeerd om de chaos van het leven te beschrijven. Je kunt er zelf een zinnig geheel van maken, de grote lijn van het boek reconstrueren. Ik hoop dat mensen dat ook doen tijdens het lezen. Je kunt het ook laten zoals het is, en gewoon elf losse verhalen lezen, dat is aan jou.’

Uiteindelijk wilde je meer zicht krijgen op de dood. Is dat gelukt? 

‘Als je er veel over leest, en erover schrijft, wen je er wel aan. Dat is iets anders dan er zin aan geven. Tegenwoordig wordt gezegd dat je het een plekje moet geven. Verschrikkelijke uitdrukking vind ik dat. Ik zie het meer zo dat je je erbij neerlegt, je gaat ermee verder. Toen mijn ouders stierven vond ik het een raar idee dat mijn generatie de volgende is die zal sterven. En dat de wereld straks ook verdergaat als ik er niet meer ben.’ 

Waaruit put jij hoop? 

‘Dat je zelf iets goeds van je leven kunt maken. Ook al maken de personages in mijn boek veel narigheid mee, dát doen ze wel, ieder op zijn of haar manier. Schrijven is voor mij zingevend, maar een ander zal zeggen: schrijvers kunnen we missen, bakkers en slagers hebben we echt nodig.’

De zin van het schrijven zit voor jou dus niet in hoeveel mensen je boeken lezen? 

‘Nee, ik kan dat niet zo goed uitleggen. Als ik een verhaal verzin, is dat voor mij ontzettend zinvol. Dan hoeft het niet over mijn eigen leven te gaan. Als ik schrijf heb ik grip op wat ik bedenk, het is een soort alternatief leven. Ik vind het wel wat hoogdravend klinken, maar het is wel zo. En voor Emily gold hetzelfde.’

Je identificeert je sterk met haar. 

‘Ja inderdaad. Die biografen bedenken hun eigen Emily. Dat heb ik ook gedaan. En als je haar zelf min of meer bedacht hebt, lijkt ze ook een beetje op jou.’

(Dit interview verscheen eerder in het Nederlands Dagblad, bijlage Gulliver, op 8 juni 2022).

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder NDnl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s