Deze veel te mooie vrouw

Kerstverhaal

Dat de stilte na het applaus een afgrond kan zijn, weet Eberhard Beeck als geen ander. Hij haakt zijn rode vlinderdas los en legt hem op de voering van de opbergdoos. In de binnenspiegel kijkt de chauffeur hem vragend aan: ‘Vliegveld?’ De ruitenwissers zwiepen over de voorruit. Eberhard knikt door het zijraam naar de componist op zijn sokkel en mompelt: ‘Tot ziens.’ 

De Mercedes glijdt door de kletsnatte stad. Feestverlichting vermenigvuldigt zich in de plassen. Een weelderig kerstdecor zonder inwoners. De autoradio babbelt opgewonden in het Duits. Eberhard schuift de platte doos in het voorvak van zijn attaché en laat zich in de kussens zakken. Meestal kleedt hij zich na een concert direct om, maar vanavond moet hij zich haasten om de laatste vlucht naar Amsterdam te halen.
Hij laat zijn ogen dichtvallen – misschien kan hij nog een paar minuten slapen.
‘Hoort u dat ook?’ De spiegel kijkt hem weer aan. ‘Problemen bij de incheckbalies. Een man met een pistool bedreigt grondpersoneel.’ De chauffeur schudt zijn hoofd en slaat met zijn handen op het stuur. ‘Er vertrekt niets meer vanavond. U zult in Leipzig moeten blijven.’

Achter de bar draait de ober borrelglaasjes door een theedoek, houdt ze even tegen het licht van de tl-buis en poetst de laatste veegjes weg. De lounge is leeg. Alleen aan een tafeltje bij het raam zit een vrouw met opvallend blond haar. Ze typt driftig iets in op haar telefoon. De nepleren bankjes leunen leeg tegen de wanden. De ober fluit mee met een kerstdeuntje dat uit de luidsprekers komt. Het soort muziek dat deze weken voor een paar euro per cd de impulsaankopen in de supermarkt aanvoert. Op de klok boven de bar is het half twaalf.
Eberhard bestelt een Jägermeister en kiest de kruk waarop hij met één oog de televisie achter de bar in de gaten kan hou- den. Het geluid staat uit, op het scherm steeds dezelfde interviewer en herhaling van de beelden van eerder op de avond. Een donkere vrouw in mantelpakje wordt ondertiteld. Het gesprek gaat over ‘jihad’ en ‘Syrië’. Verwarde man of jihadist? Eberhard kijkt verveeld om zich heen. Een ziekte van deze tijd: ze willen allemaal aandacht. Laat iedereen zijn eigen boontjes doppen. Als je kwaliteit levert, komt de rest vanzelf wel.

De ober zet een beslagen glaasje voor Eberhard op de bar en gebaart naar het tv-toestel. ‘Rondje van de zaak. Met deze toestanden…’
Eberhardt kijkt een ouder stel na dat gearmd in de nacht verdwijnt. Hij nipt van zijn glaasje. De alcohol baant zich langzaam een weg door zijn slokdarm. Zachtjes neuriet hij voor zich heen: ‘Deze stad is een veel te mooie vrouw. Jij geeft alles wat je hebt, maar zij geeft geen moer om jou.’
‘Wat zing je?’
De blonde vrouw komt op de kruk naast Eberhard zitten. Hij ruikt haar parfum. Niet goedkoop, wel een tikje ordinair. Maar wat is daar tegen? Had zijn moeder zijn vriendinnen meestal ook niet wat te ordinair gevonden? Hij had zich er weinig van aangetrokken. Wat wisten moeders van de verlangens van zonen? Hij neemt nog een slok en kijkt weer opzij. Haar bewegingen zijn sierlijk, niet eens gespeeld. Of ze is een goede actrice.
De ober staat met zijn rug naar hen toe naar de tv te kijken. Hij schudt zijn hoofd. ‘Rommeltje daar, hè? Verwarde man, las ik net op Facebook.’
‘Ik vroeg je wat.’ De uitdagende blik waarmee de vrouw zijn aandacht probeert te trekken bevalt Eberhard wel.
‘De Dijk, leuk bandje uit Amsterdam. Prima teksten voor verwarde mannen.’
‘Ben jij ook zo’n verwarde man?’ De vrouw lacht hard om haar eigen woorden en veegt een lok uit haar gezicht. Door haar Duits hoort hij meer oostelijke klanken. Ze buigt zich naar hem over en kijkt alsof ze hem ter plekke ten huwelijk zal vragen. ‘Zit je vrijwillig met Kerst in dit godverlaten hotel? Misschien kan ik je wat gezelschap houden.’
Ze trekt haar mantel uit en legt die kuis over haar bovenbenen. Uit haar jurk bungelt een hangertje met een naam in schrijfetters. Eberhard probeert tevergeefs het te ontcijferen en doet of hij haar vraag niet hoorde. Wie is deze vrouw en wat betekent deze aandacht? Hij moet zich nu niet vergissen.
De barman zet ongevraagd een sodawater voor haar neer. ‘Je klanten zitten vast op het vliegveld, vrees ik.
’Zwijgend neemt ze een slok. De muziek is stilgevallen en de barman is achter een klapdeurtje verdwenen. Op de televisie worden de beelden van de beveiligingscamera’s nog eens op een rij gezet. Een man in een grijs pak, type effectenmakelaar, trekt een vuurwapen. Hij dribbelt voor verlaten balies langs. Even later wordt hij overmeesterd door mannen in uniform en kogelvrij vest. De beelden worden nog een paar keer herhaald.
Eberhard wil een slok van zijn borrel nemen, maar het glaasje is al leeg. Hij houdt het zo lang op zijn kop tot er nog net een druppel op zijn tong valt en zet het dan demonstratief neer.
De vrouw kijkt op, glimlacht mistroostig. ‘Dat is pas mannelijk.’ Ze knikt naar het televisietoestel.
Eberhard wendt zijn blik af. De drank vertroebelt zijn gedachten. Hij moet proberen ze wat te ordenen. Ingrid had huilerig geklonken aan de telefoon. Het kerstdiner kon in de kliko. Bijna had hij zich schuldig gevoeld, wat niets voor hem is. Maar bij Ingrid leek alles anders, al lieten ze elkaar wel vrij, hadden ze afgesproken. Dat had ze redelijk gevonden, gezien de vele concertreizen die hij maakte.
In de spiegel achter de bar bekijkt hij de vrouw naast zich. De stevig aangezette make-up maakt haar eerder ouder dan jonger. Haar gezicht is sierlijk: kleine neus, volle lippen, klassiek bijna. Het duurt even voor ze opkijkt, hun blikken raken elkaar.
‘Hoeveel kost dat gezelschap van jou? Het zingen van een kerstliedje?’ Eberhard uistert vlak bij haar oor. Een elegant oor met een weelderige hanger.
Ze legt een vinger tegen haar lippen. ‘Niet verder vertellen, hoor, maar met Kerst deel ik cadeautjes uit.’
‘Alleen aan verwarde mannen zeker.’
Ze lacht betrapt; hij draait zich naar haar toe. ‘Hoe heet je?’
‘Noem me vanavond maar Maria.’
‘Zo maagdelijk zie je er anders niet uit. Zal ik dan maar Jozef heten? Of nee, doe toch maar Eberhard. Dan luister ik beter.’
‘Wat een dure naam. En je hebt ook al zo’n duur pak aan. Jij zou míj cadeautjes moeten geven.’
Eberhard staat op, pakt zijn hotelsleutel en kijkt op het label. ‘B014. Ik zie je zo.’

‘Ben jij muzikant?’
Eberhard voelt de warmte van haar handen door de stof heen. Een voor een strijkt ze de plooien van zijn smokinghemd recht. Ze tuit de lippen, geroutineerd, kijkt hem niet aan.
‘Mooi, dit…’
Even raken haar haren zijn neus. Dit merk parfum kocht hij nooit voor vriendinnen, die hem altijd hoofdschuddend aankeken als ze het deftige papiertje van het flesje haalden.
Hij drukt een zoen in haar haar.
Ze kijkt hem bestraffend aan en zwaait met haar wijsvinger. ‘Niet zoenen, dat zit niet in mijn pakket. Nu eerst betalen.’
‘Zal ik een borrel inschenken? Of doe je daar ook niet aan?’ Hij staat op en loopt naar de minibar.
‘Wat voor muziek maak je?’
‘Ik zing. Tenor. Solo. Ik heb Bach gezongen vanavond. Het Weihnachtsoratorium. Ken je dat?’
‘Bach? Die van het standbeeld bij de kerk?’
‘Ja, die. Ik zing Evangelist.’ Hij draait de dop van een flesje Jägermeister en geeft het haar aan.
‘Wat is dat?’
‘Hier word je gezellig van; drink maar.’
‘Ik bedoel: wat is een evangelist?’
‘Ik zing de evangelietekst, of weet je ook niet wat dat is? De bijbeltekst. Het verhaal van de geboorte van het kind Jezus.’
‘Ik wil het horen.’ Ze gaat in het stoeltje naast het bed zitten en slaat haar benen over elkaar.
Eberhard gaat aan de andere kant van het bed staan en trekt zijn overhemd recht. ‘Wacht, ik doe het even officieel. Het is tenslotte kerstavond, Maria.’ Hij haalt de doos uit zijn attaché, doet de vlinderdas om en gaat weer rechtop staan.
‘Nu je jasje nog. Ik wil het nu helemaal zien. Haal even een kam door je haar. Zo ja, nu ben je klaar, mooie man. Ik luister.’
Hij schudt zijn schouders los, sist een paar keer flink om zijn stem op te warmen en kijkt naar de muur achter haar. Het schilderijtje met de rode rozen hangt scheef. Hij draait zijn hoofd een kwartslag zodat het evenwijdig aan het schilderij staat.
‘Ik wacht.’ Ze kijkt verleidelijk. Hij loopt om het bed heen, pakt het schilderij van de muur en geeft het haar. ‘Rozen staan je goed.’
Terug op zijn plek recht hij zijn rug en laat zijn longen volstromen. ‘Es begab sich aber zu der Zeit…’ Het vibrato in zijn stem hoort eigenlijk meer bij een opera van Verdi, maar een beetje meer emotie vindt hij nu wel passend.
Maria heeft haar kin op een hand gelegd, het schilderij ligt op het bed voor haar. Haar blik is gesloten.
‘Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David, die Betlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was. En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou.’
Een bonk op de muur. Iemand roept dat het stil moet worden.
Iets zachter zingt Eberhard het koraal. ‘Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt Gij zijn ontmoet (…)?’
Maria luistert roerloos, in zichzelf gekeerd. Haar ogen zijn vochtig. Als hij klaar is klapt ze in haar handen. Hij loopt naar haar toe en gaat op de rand van het bed zitten, zijn knieën vlak bij de hare. Ze veegt met een tissue over haar ogen en schudt haar hoofd, terwijl ze verlegen naar hem lacht. ‘Jij bent een christelijke jongen. Jij bent gelovig.’
‘Ik gelovig? Ben je gek. Ik geloof er geen draad van. Het is gewoon een mooi verhaal.’
‘Ik wil dat je nog meer zingt. Maar we hebben nog een kind nodig, anders zijn we niet compleet.’
‘Waar halen we dat vandaan?’ Ze antwoordt niet. Zwijgend zitten ze tegenover elkaar. Haar jurk is wat naar beneden gezakt, de hanger is helemaal vrij gekomen. Hij neemt hem in zijn hand en streelt het reliëf van de letters. Ze laat hem begaan.
‘Is dit de klant die je niet vergeten kon?’
Ze haalt haar neus op, schudt haar hoofd.
‘Wie is het dan?’
‘Gabriël. Mijn zoon. Heb jij kinderen?’
‘Het zou kunnen, ergens op de wereld. Woont hij bij jou?’
‘Nee… Zou je ze willen?’
‘Misschien, ooit… Waar woont hij dan?’
‘Ik mag hem een keer per maand bezoeken. Maar hij is altijd bij me.’ Ze legt haar hand op haar borst. ‘Hier.’
‘Een keer per maand?’
‘Met mijn beroep kun je geen goede moeder zijn, vinden ze.’
‘Ze… Wie zijn ze?’
‘Instanties. Jeugdzorg en zo. Hij woont nu in…’ Ze valt stil. Snikt een tijdje en herpakt zich dan. ‘Beroving, drie jaar.’ Ze laat haar tranen lopen en slaat haar handen voor haar gezicht.
‘Kan zijn vader niets voor hem doen?’
‘Zijn vader? Als ik wist wie zijn vader was…’
Minutenlang luistert hij naar haar gesnik. Hij zou iets troostends willen zeggen, maar de woorden willen hem niet te binnen schieten.
Op de gang klinkt gestommel, gerinkel van sleutels, het dichtslaan van een deur. Buiten slaat de klok van de Thomaskerk één keer. In de verte gaat een sirene door de stad. Er schiet hem iets te binnen. ‘Ooit was een vriendin zwanger van mij. Maar ze kreeg een miskraam. Ging mijn nageslacht zo het toilet in. Doortrekken, weg. Ik geloof niet dat ik het heel erg vond.’
Ze gaat staan, ademt schokkend. Ze roept iets wat hij niet verstaat – of wil hij het niet verstaan?
Hij blijft op het bed zitten, durft niet naar haar te kijken.
Ze pakt het schilderijtje van het bed. Hij kan de rondvliegende scherven net afweren. De kartonnen rozen vallen voor zijn voeten op het tapijt.
Hij staat op, legt een hand op haar arm, wil haar kalmeren. Ze schudt zich los. Hij gaat voor haar staan en zoekt oogcontact, haar blik schrikt hem af. Wurmende vingers onder zijn boord. Hij probeert te roepen, maar het geluid wordt afgeknepen. Onwillekeurig spant hij zijn nekspieren. Zijn armen maaien rond, treffen geen doel.
Zo snel als het er was, is het ook weer weg. Knoopjes van zijn hemd rollen over de vloer. Het boord hangt er rafelig bij.
Er wordt weer op de muur gebonsd. Wezenloos staart ze in  de richting van het geluid, het rode strikje slap in haar hand.
Hij pakt nog een flesje Jägermeister uit de minibar en geeft het haar. ‘Sorry, ik had ook niet… Het spijt me.’
‘Door de wc gespoeld…’ Ze gaat zitten, drinkt het flesje in een teug leeg, veegt omstandig haar lippen af en duwt driftig haar lokken achter haar oren. Haar schouders schokken nog na. De make-up loopt in strepen over haar gezicht, haar ogen zijn rood en gezwollen.
‘Alleen als je voor me zingt, word ik weer rustig.
Eberhard gaat weer staan, probeert zijn hemd recht te trekken. Er missen bovenaan twee knoopjes. De punten laat hij over zijn broek hangen. Hij doet zijn ogen dicht en haalt moeizaam adem. Na een paar maten krijgt hij zijn stem weer onder controle.
‘En zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.’
Als hij klaar is met het recitatief zet hij zonder op te kijken de laatste tenoraria in.

Nu zullen jullie, trotse vijanden, schrikken;
wat voor angst kunnen jullie in mij wekken?
Mijn liefste, mijn toeverlaat is hier bij mij!
Jullie mogen nog zo grimmig zijn,
dreig maar, haal mij overhoop en onderuit,
maar zie! mijn Heiland woont hier.

Hij doet zijn ogen weer open, de kamer is leeg. De deur staat op een kier. Met een paar stappen staat hij in de gang, ziet slechts grauwe wanden en blauwe vloerbedekking. ‘Maria? Maria!’
De deur van de kamer naast hem zwaait open. Op het geërgerde gezicht verschijnt een grijns. ‘Maria is jou allang weer vergeten. Door naar een volgende klant.’
De volgende ochtend baadt de Thomaskerk in een waterig zonnetje. De deuren van de kerk zijn dicht, binnen brandt licht.
De chauffeur kijkt hem aan. ‘Zullen we het vliegveld maar weer proberen?’
Eberhard knikt. Besmuikt zwaait hij onder het raampje, kijkt omhoog naar de rijzige gestalte van de componist. Hij voelt in de zak van zijn colbert. Het verfrommelde briefje zit er nog. De ober had het zonder iets te zeggen op zijn ontbijtbordje gelegd. ‘Fijne Kerst. Vier het niet zonder kind. M.’
Langzaam komt de auto in beweging.

Arie Kok

Dit verhaal verscheen eerder in de bundel ‘Het kerstpakket’, Uitgeverij Mozaïek, 2015.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Verhalen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s