Morie in ‘Oud Nijkerk’

Een gewone joodse jongen uit Nijkerk. Onder die titel heb ik mijn boek mogen aankondigen in het septembernummer van Oud Nijkerk. Deze week verscheen het. Uiteraard ben ik erg benieuwd naar de reacties. Ik hoop dat er nog verhalen of belangwekkende feiten naar boven komen die ik nog niet ken. Mocht u iets voor me hebben, kijkt u dan op ‘Contact’ voor mijn gegevens. Eventueel maak ik een afspraak om er met u over door te praten. Meer informatie over de roman vindt u onder het kopje ‘Roman’ in de bovenbalk. Hieronder het artikel.

Een gewone joodse jongen uit Nijkerk

De feiten die ik verzameld heb over Morie de Liever passen op een paar A4-tjes. Zo weet ik dat hij geboren werd op Holkerstraat 13, besneden door moheel Benny Nihom en naar de ULO aan de Bagijnenstraat ging. Op een winderige voorjaarsdag in 1943 kocht zijn vader bij het loket op het station vijf enkeltjes Vught. Daarna kwam er nog een briefje uit Westerbork, met aangehecht de persoonsbewijzen. De familie was met onbekende bestemming vertrokken naar het oosten.

De sporen die Mories aanwezigheid door de Nijkerkse gemeenschap getrokken heeft worden in de archieven op het gemeentehuis bewaard: getypte brieven, handgeschreven kattebelletjes, statige acten, een kopie van het besnijdenisboekje, adressenlijsten in het Duits en krantenberichten. In de nalatenschap van huishoudster Rita van de Horst is een foto gevonden waar hij samen met zijn zusjes opstaat. De gele ster op zijn blazer is een beetje weggemoffeld, maar het woord ‘Jood’ is duidelijk leesbaar. Om zijn lippen een glimlach die van alles kan betekenen. Begreep hij al wat hem te wachten stond, toen de fotograaf hem vroeg om lachend in de lens te kijken?

Vele generaties De Liever hadden in Nijkerk gewoond. Ze behoorden allemaal tot de gemeenschap van Israëlieten, die al eeuwenlang in de stad woonde en sommige dingen net even anders deed dan de andere inwoners van de stad. Maar niemand die er een probleem van maakte als op vrijdagmiddag de geur van versgebakken gevlochten brodentot op straat te ruiken was. En nadat de sjabbeskaarsen waren aangestoken en de familie aan de kippensoep zat, kwam de buurvrouw of de meid de kachel opstoken. De thora schreef immers voor dat een jood op de zevende dag geen vuur aanstak? Op zaterdagochtend gingen ze naar de sjoel aan het Singel, de mannen met hun zwarte hoeden voorop. Er werden joodse feesten gevierd, getrouwd, gerouwd en bar-mitswe gedaan. En iedereen in de stad vond het de gewoonste zaak van de wereld. Totdat in mei 1940 alles anders werd.

Het verhaal van Morie staat model voor dat van veel joodse kinderen. Gewone kinderen die er niet meer mochten zijn, omdat andere mensen dat zo besloten hadden. Een aantal van hen dook onder en kon daardoor soms  overleven, zoals Mories achterneef Louk en achternicht Nechama, die veel Nijkerkers zullen kennen. Morie dook niet onder. Waarom niet? Wat heeft hij doorgemaakt? Wat doet zoiets met een jongen van 15 jaar? In de roman ‘Morie’, die voorjaar 2013 verschijnt bij uitgeverij Boekencentrum/Mozaiek, vertel ik het verhaal van deze gewone Nijkerkse jongen. Op basis van de beschikbare gegevens, vul ik het verhaal verder aan vanuit inleving en fantasie. Een monument voor 18.000 kinderen die niet verder mochten leven, en waarvan er verschillende in Nijkerk woonden.

Arie Kok

Oud Nijkerk op internet

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Voorpublicatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s